Aanleg en Onderhoud

 
 

In het algemeen wordt geadviseerd onder droge omstandigheden bij een lage grondwaterstand te draineren. De aanleg van drainage heeft de meeste kans van slagen, indien er in droge zomermaanden (diepste grondwaterstanden) gedraineerd wordt.
In het eerste jaar moeten de drains, na een periode van flinke waterafvoer, worden doorgespoten met een waterdruk van 10-15 bar aan de spuitkop. Daarna is onder normale omstandigheden 1 keer in de 5 tot 10 jaar voldoende. In ijzerrijke gronden zal de frequentie hoger liggen. In sommige situaties zelfs 2 maal per jaar. Verstoppingen in drains kunnen worden gelokaliseerd met opsporingsapparatuur.